
Het skelet werd gevonden in het schip van de Sint-Petrus-en-Pauluskerk in de Maastrichtse wijk Wolder, vlak voor het huidige altaar. De hedendaagse kerk is vermoedelijk de tweede of zelfs derde constructie op deze locatie, met wortels die teruggaan tot de 13e en mogelijk zelfs de 11e eeuw. De vondst kwam aan het licht nadat in februari een deel van de kerkvloer verzakte. Tijdens de daaropvolgende herstelwerkzaamheden werd de vloer opengebroken, waarbij het stoffelijk overschot werd ontdekt.